draak
zelfstandig naamwoord /draːk/Betekenis
- afschrikwekkend fabeldier, voorgesteld als een gevleugeld, vuurspuwend reptielachtig wezen met spitse tong en lange staart
- een open zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse
Hoe spreek je draak uit?
/drak/
Draak bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| r | rood |
| a | maan |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- open zeiljacht, gebouwd volgens de specificaties van de eenheidsklasse
- bepaald soort nachtvlinder, Harpyia milhauseri, uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| draakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| draakjes | verkleinwoord, meervoud |
| draken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn
Woordfamilie van draak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draakje | verkleinwoord | draak |
| draakjes | verkleinwoord meervoud | draak |
| draken | meervoud | draak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van draak zijn vastgelegd.