levensmiddelenzaak
zelfstandig naamwoord ˈlevə(n)sˌmɪdələ(n)ˌzakBetekenis
- bedrijf waar particulieren hun voedsel en dagelijkse benodigdheden kunnen kopen
Hoe spreek je levensmiddelenzaak uit?
/ˈlevənsˌmɪdələnˌzak/
Levensmiddelenzaak bestaat uit zes lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| m | maan |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| z | zon |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levensmiddelenzaken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van levensmiddel zn en zaak zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van levensmiddelenzaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levensmiddelenzaken | meervoud | levensmiddelenzaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van levensmiddelenzaak zijn vastgelegd.