eenmanszaak
zelfstandig naamwoord ˈenmɑnˌsakBetekenis
- bedrijfsvorm waarbij één persoon in alle opzichten verantwoordelijk is voor de onderneming, en wel rechtstreeks, niet als eigenaar/bestuurder van een besloten vennootschap (bv)
Hoe spreek je eenmanszaak uit?
/ˈenmɑnˌsak/
Eenmanszaak bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| n | nek |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| a | maan |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| eenmanszaakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| eenmanszaakjes | verkleinwoord, meervoud |
| eenmanszaken | meervoud |
Herkomst
samenstellende samenstelling van een ht "1", man zn "(mannelijk) persoon" en zaak zn "bedrijf" met het invoegsel -s-
Woordfamilie van eenmanszaak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| eenmanszaakje | verkleinwoord | eenmanszaak |
| eenmanszaakjes | verkleinwoord meervoud | eenmanszaak |
| eenmanszaken | meervoud | eenmanszaak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van eenmanszaak zijn vastgelegd.