Naar de inhoud

stampen

met kracht de voet op de grond doen belanden

stampen is meer dan één woord

stampen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstɑmpə(n)

Betekenis

  1. met kracht de voet op de grond doen belanden
  2. iets fijn maken door er een zwaar voorwerp op te laten belanden
  3. Met stampen wordt in de luchtvaart een beweging om de dwars-as aangeduid.
  4. van een schip een knikkende beweging maken in de lengterichting van het schip

Hoe spreek je stampen uit?

/ˈstɑmpən/

Stampen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈstɑmpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
t tak
ɑ bad
m maan
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. door herhaald lezen of uitspraken in het geheugen prenten transitive

Vervoeging van stampen

stampenhele werkwoord — stampteverleden tijd enkelvoud — stamptenverleden tijd meervoud — gestamptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stamp stampte
jij stampt stampte
hij, zij, het stampt stampte
wij stampen stampten
jullie stampen stampten
zij stampen stampten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gestampt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gestampt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gestampt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gestampt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gestampt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gestampt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gestampt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gestampt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gestampt verleden tijd, deelwoord
gestampt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gestampt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gestampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gestampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gestampt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gestampt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gestampt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gestampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestampt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gestampt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gestampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestampt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gestampt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stamp gebiedende wijs
stampe aanvoegende wijs
stampend onvoltooid, deelwoord
stampte verleden tijd
te hebben gestampt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te stampen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen stampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gestampt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gestampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gestampt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal stampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal stampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal stampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou stampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou stampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou stampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden stampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden stampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden stampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gestampt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt stampen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gestampt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gestampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gestampt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen stampen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen stampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen stampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen stampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gestampt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult stampen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord stamp

Herkomst

In de betekenis van ‘stoten’ voor het eerst aangetroffen in 1225 **[5] (verkorting) van "in het hoofd stampen"

Woordfamilie van stampen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gestampt voltooid deelwoord stampen
stampe aanvoegende wijs stampen
stampend onvoltooid deelwoord stampen
stampt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon stampen
stampte verleden tijd stampen
stampten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon stampen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stampen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over stampen

Hoe spreek je stampen uit?
De uitspraak van stampen is: /ˈstɑmpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent stampen?
Stampen is een werkwoord. Het woord betekent: met kracht de voet op de grond doen belanden. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je stampen?
Je vervoegt stampen als volgt: de tegenwoordige tijd is stamp, de verleden tijd is stampte en het voltooid deelwoord is gestampt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op stampen?

Op stampen rijmen 6 woorden, onder andere verdampen, kampen en bekampen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op stampen, uitspraak ˈstɑmpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verdampen 3
kampen 2
bekampen 3
rampetampen 4
lampen 2
nachtkastlampen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord stampen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. M 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

stampen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. T 2
  3. A 1
  4. M 3
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

stampen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

stampen in het kort

stampen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van stampen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort stampen bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

stampen: met kracht de voet op de grond doen belanden
Deel stampen — standaardnederlands.nl