Naar de inhoud

dompen

opspringen

dompen

werkwoord

Betekenis

  1. opspringen
  2. uitdoven

Vervoeging van dompen

dompenhele werkwoord — dompteverleden tijd enkelvoud — domptenverleden tijd meervoud — gedomptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik domp dompte
jij dompt dompte
hij, zij, het dompt dompte
wij dompen dompten
jullie dompen dompten
zij dompen dompten
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
domp gebiedende wijs
dompe aanvoegende wijs
dompend onvoltooid, deelwoord
dompte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gedompt verleden tijd, deelwoord
gedompt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedompt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedompt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedompt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedompt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedompt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedompt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedompt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedompt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dompen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedompt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dompen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedompt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedompt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedompt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedompt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedompt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedompt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dompen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedompt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dompen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedompt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedompt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dompen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedompt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van dompen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
domp gebiedende wijs dompen
dompe aanvoegende wijs dompen
dompend onvoltooid deelwoord dompen
dompende woordvorm dompen
dompt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dompen
dompte verleden tijd dompen
dompten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dompen
gedompt voltooid deelwoord dompen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dompen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over dompen

Wat betekent dompen?
Dompen is een werkwoord. Het woord betekent: opspringen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je dompen?
Je vervoegt dompen als volgt: de tegenwoordige tijd is domp, de verleden tijd is dompte en het voltooid deelwoord is gedompt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dompen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dompen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. O 1
  3. M 3
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 zonder bonus
  8. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dompen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dompen in het kort

dompen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van dompen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort dompen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

dompen: opspringen
Deel dompen — standaardnederlands.nl