Naar de inhoud

wandelen

gericht een wandeling maken

wandelen

werkwoord ˈwɑndələ(n)

Betekenis

  1. gericht een wandeling maken
  2. ongericht een wandeling maken
  3. zich veranderen
  4. heen en weer gaan, ronddwalen

Hoe spreek je wandelen uit?

/ˈwɑndələn/

Wandelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwɑndələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
ɑ bad
n nek
d dak
ə de
l land
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van wandelen

wandelenhele werkwoord — wandeldeverleden tijd enkelvoud — wandeldenverleden tijd meervoud — gewandeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wandel wandelde
jij wandelt wandelde
hij, zij, het wandelt wandelde
wij wandelen wandelden
jullie wandelen wandelden
zij wandelen wandelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gewandeld verleden tijd, deelwoord
gewandeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewandeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewandeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewandeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewandeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewandeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewandeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te wandelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen wandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
wandel gebiedende wijs
wandelde verleden tijd
wandele aanvoegende wijs
wandelend onvoltooid, deelwoord
zal gewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal wandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal wandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal wandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou wandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou wandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou wandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden wandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden wandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden wandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewandeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt wandelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen wandelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen wandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen wandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen wandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewandeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult wandelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘lopen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van wandelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewandeld voltooid deelwoord wandelen
gewandelde woordvorm wandelen
wandelde verleden tijd wandelen
wandelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon wandelen
wandele aanvoegende wijs wandelen
wandelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon wandelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wandelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over wandelen

Hoe spreek ik wandelen uit?
Zo spreek je wandelen uit: /ˈwɑndələ(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van wandelen?
Wandelen is een werkwoord. De betekenis is: gericht een wandeling maken. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik wandelen?
Zo vervoeg je wandelen zo: de tegenwoordige tijd is wandel, de verleden tijd is wandelde en het voltooid deelwoord is gewandeld. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op wandelen?

Wandelen rijmt op 4 woorden op -andelen; mishandelen, handelen en onderhandelen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op wandelen, uitspraak ˈwɑndələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
mishandelen 4
handelen 3
onderhandelen 5
overheidshandelen 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord wandelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

wandelen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

wandelen in het kort

wandelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van wandelen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort wandelen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

wandelen: gericht een wandeling maken
Deel wandelen — standaardnederlands.nl