treden
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtredə(n)Betekenis
- met de voeten begaan
- met voeten ~ minachtend behandelen
- tegemoet treden: naar iets of iemand lopen
Hoe spreek je treden uit?
/ˈtredən/
Treden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| r | rood |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ergens heen bewegen ergative
Vervoeging van treden
tredenhele werkwoord — tradverleden tijd enkelvoud — tradenverleden tijd meervoud — getredenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | treed | trad |
| jij | treedt | trad |
| hij, zij, het | treedt | trad |
| wij | treden | traden |
| jullie | treden | traden |
| zij | treden | traden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben getreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getreden | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was getreden | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd getreden | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt getreden | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal getreden worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal getreden zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou getreden worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou getreden zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getreden | verleden tijd, deelwoord |
| getreden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getreden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getreden te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getreden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getreden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getreden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getreden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getreden zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getreden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getreden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| hebben getreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is getreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben/zijn getreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te treden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen treden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| trad | verleden tijd |
| trede | aanvoegende wijs |
| tredend | onvoltooid, deelwoord |
| treed | gebiedende wijs |
| waart getreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getreden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getreden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal treden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal treden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal treden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn getreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou treden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou treden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou treden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden treden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden treden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden treden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt treden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getreden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getreden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen treden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen treden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen treden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen treden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult treden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord trede
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands treden / terden van Oudnederlands tredan, in de betekenis van ‘lopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van treden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getreden | voltooid deelwoord | treden |
| trad | verleden tijd | treden |
| traden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | treden |
| tradt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | treden |
| tredend | onvoltooid deelwoord | treden |
| tredende | woordvorm | treden |
| treed | gebiedende wijs | treden |
| treedt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | treden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van treden zijn vastgelegd.