Naar de inhoud

treden

met de voeten begaan

treden is meer dan één woord

treden

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtredə(n)

Betekenis

  1. met de voeten begaan
  2. met voeten ~ minachtend behandelen
  3. tegemoet treden: naar iets of iemand lopen

Hoe spreek je treden uit?

/ˈtredən/

Treden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtredən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
r rood
e veel
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ergens heen bewegen ergative

Vervoeging van treden

tredenhele werkwoord — tradverleden tijd enkelvoud — tradenverleden tijd meervoud — getredenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik treed trad
jij treedt trad
hij, zij, het treedt trad
wij treden traden
jullie treden traden
zij treden traden
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief, voltooid
ben getreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getreden impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid
er was getreden impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid
er werd getreden impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid
er wordt getreden impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal getreden worden impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid
er zal getreden zijn impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid
er zou getreden worden impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid
er zou getreden zijn impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid
ev. gebiedende wijs
getreden verleden tijd, deelwoord
getreden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getreden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getreden te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getreden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getreden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getreden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getreden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getreden zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getreden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getreden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
hebben getreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
is getreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben/zijn getreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te treden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
trad verleden tijd
trede aanvoegende wijs
tredend onvoltooid, deelwoord
treed gebiedende wijs
waart getreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getreden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getreden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getreden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getreden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getreden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal treden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal treden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal treden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getreden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn getreden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getreden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getreden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou treden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou treden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou treden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getreden zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getreden zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden treden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden treden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden treden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getreden worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getreden zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt treden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getreden zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getreden zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen treden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen treden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen treden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen treden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getreden worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getreden zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult treden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord trede

Herkomst

erfwoord via Middelnederlands treden / terden van Oudnederlands tredan, in de betekenis van ‘lopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Woordfamilie van treden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getreden voltooid deelwoord treden
trad verleden tijd treden
traden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon treden
tradt aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon treden
tredend onvoltooid deelwoord treden
tredende woordvorm treden
treed gebiedende wijs treden
treedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon treden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van treden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over treden

Hoe spreek je treden uit?
De uitspraak van treden is: /ˈtredə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent treden?
Treden is een werkwoord. Het woord betekent: met de voeten begaan. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je treden?
Je vervoegt treden als volgt: de tegenwoordige tijd is treed, de verleden tijd is trad en het voltooid deelwoord is getreden. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op treden?

Er staan 61 woorden in dit woordenboek die op treden rijmen, waaronder leden, zweden en beneden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op treden, uitspraak ˈtredən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
leden 2
zweden 2
beneden 3
geleden 3
ontevreden 4
aanbesteden 4
bekleden 3
reden 2
kleden 2
overleden 4
tevreden 3
heden 2
besteden 3
schrijfbenodigdheden 6
betreden 3
overreden 4
benodigdheden 5
weersomstandigheden 6
hierbeneden 4
zielstevreden 4
aanbeden 3
aandachtigheden 5
aangereden 4
aangeschreden 4
aangesneden 4
aangetreden 4
aanhaligheden 5
aanhankelijkheden 6
aanlokkelijkheden 6
aannemelijkheden 6
aansprakelijkheden 6
aantrekkelijkheden 6
achttiengebeden 5
blokgereden 4
controlemogelijkheden 8
deden 2
eden 2
familieomstandigheden 7
fractieleden 4
gereden 3
Nog 21 rijmwoorden
helderheden 4
inspraakmogelijkheden 7
intevreden 4
keizersneden 4
mediapersoonlijkheden 8
middaggebeden 5
namiddaggebeden 6
onaangenaamheden 6
onontkoombaarheden 6
privéoptreden 4
redactieleden 5
reddingswerkzaamheden 7
schoonheden 3
sluitingsplechtigheden 6
sneden 2
steden 2
uitzinnigheden 5
voortreffelijkheden 6
weden 2
woonomstandigheden 6
zwartgereden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord treden is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. R 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

treden levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 39 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. R 2
  3. E 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 39 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

treden telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

treden in het kort

treden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van treden zijn 64 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort treden bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

treden: met de voeten begaan
Deel treden — standaardnederlands.nl