bestrijden
werkwoord bəˈstrɛidə(n)Betekenis
- de strijd aanbinden met iets of iemand
Hoe spreek je bestrijden uit?
/bəˈstrɛidən/
Bestrijden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bestrijden
bestrijdenhele werkwoord — bestreedverleden tijd enkelvoud — bestredenverleden tijd meervoud — bestredenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bestrijd | bestreed |
| jij | bestrijdt | bestreed |
| hij, zij, het | bestrijdt | bestreed |
| wij | bestrijden | bestreden |
| jullie | bestrijden | bestreden |
| zij | bestrijden | bestreden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bestreden | verleden tijd, deelwoord |
| bestreden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestreden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bestreden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestreden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestreden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bestreden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestreden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bestreden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestreden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestreden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bestreed | verleden tijd |
| bestrijd | gebiedende wijs |
| bestrijde | aanvoegende wijs |
| bestrijdend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bestreden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bestreden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bestreden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bestreden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bestreden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bestreden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bestreden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bestreden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bestreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bestreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bestreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bestreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bestreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bestreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bestreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bestrijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bestreden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bestrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bestreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bestreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bestreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bestreden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bestreden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bestreden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bestreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bestreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bestreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bestreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bestreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bestreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bestreden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bestreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bestreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bestreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bestreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bestreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bestreden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bestreden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestreden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bestreden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bestreden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bestreden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bestreden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bestreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bestreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bestreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bestreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bestreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bestreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bestreden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestreden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bestreden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestreden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestreden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestreden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bestreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bestreden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bestrijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bestreden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestreden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestreden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bestrijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van strijden met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bestrijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bestreden | voltooid deelwoord | bestrijden |
| bestreed | verleden tijd | bestrijden |
| bestrijd | gebiedende wijs | bestrijden |
| bestrijde | aanvoegende wijs | bestrijden |
| bestrijdend | onvoltooid deelwoord | bestrijden |
| bestrijdende | woordvorm | bestrijden |
| bestrijdt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bestrijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bestrijden zijn vastgelegd.