stappen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈstɑ.pə(n)/Betekenis
- een stap doen
- een avondje uit gaan
Hoe spreek je stappen uit?
/ˈstɑpən/
Stappen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- het lichaam vooruit bewegen door een of meer keer een voet naar voren te zetten ergative
Vervoeging van stappen
stappenhele werkwoord — stapteverleden tijd enkelvoud — staptenverleden tijd meervoud — gestaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stap | stapte |
| jij | stapt | stapte |
| hij, zij, het | stapt | stapte |
| wij | stappen | stapten |
| jullie | stappen | stapten |
| zij | stappen | stapten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gestapt | verleden tijd, deelwoord |
| gestapt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestapt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| is gestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stap | gebiedende wijs |
| stappe | aanvoegende wijs |
| stappend | onvoltooid, deelwoord |
| stapte | verleden tijd |
| te stappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn gestapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen stappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gestapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gestapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gestapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal gestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal stappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal stappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal stappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gestapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou stappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou stappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou stappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden stappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden stappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden stappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt stappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen stappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen stappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen stappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen stappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult stappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord stap
Herkomst
van Middelnederlands stappen, in de betekenis van ‘lopen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1350
Woordfamilie van stappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestapt | voltooid deelwoord | stappen |
| gestapte | woordvorm | stappen |
| stappe | aanvoegende wijs | stappen |
| stappend | onvoltooid deelwoord | stappen |
| stappende | woordvorm | stappen |
| stapt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | stappen |
| stapte | verleden tijd | stappen |
| stapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | stappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stappen zijn vastgelegd.