overrijden
werkwoord ˌovəˈrɛidə(n)Betekenis
- met de wielen van een voertuig over iets of iemand heen rijden.
- een brug of grens rijdend passeren.
Hoe spreek je overrijden uit?
/ˌovəˈrɛidən/
Overrijden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van overrijden
overrijdenhele werkwoord — overredenvoltooid deelwoord
Vervoeging van overrijden
overrijdenhele werkwoord — overgeredenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overgereden | verleden tijd, deelwoord |
| reed over | verleden tijd |
| óverrijden | canonical |
Herkomst
samenstelling van over bw en rijden ww
Woordfamilie van overrijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgereden | voltooid deelwoord | overrijden |
| overrij | with-subordinate-clause | overrijden |
| overrijd | woordvorm | overrijden |
| overrijde | woordvorm | overrijden |
| overrijdend | woordvorm | overrijden |
| overrijdende | woordvorm | overrijden |
| overrijdt | woordvorm | overrijden |
| reden over | woordvorm | overrijden |
| reed over | verleden tijd | overrijden |
| rij over | woordvorm | overrijden |
| rijd over | woordvorm | overrijden |
| rijde over | woordvorm | overrijden |
| rijden over | woordvorm | overrijden |
| rijdt over | woordvorm | overrijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overrijden zijn vastgelegd.