vermijden
werkwoord /vərˈmɛi̯də(n)/Betekenis
- (trachten te) ontwijken
Hoe spreek je vermijden uit?
/vərˈmɛidən/
Vermijden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| m | maan |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ontwijken transitive
Vervoeging van vermijden
vermijdenhele werkwoord — vermeedverleden tijd enkelvoud — vermedenverleden tijd meervoud — vermedenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vermijd | vermeed |
| jij | vermijdt | vermeed |
| hij, zij, het | vermijdt | vermeed |
| wij | vermijden | vermeden |
| jullie | vermijden | vermeden |
| zij | vermijden | vermeden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vermeden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vermeden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vermeden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vermeden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vermeden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vermeden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vermeden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vermeden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vermeden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vermeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vermeden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vermeden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vermeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vermeden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vermeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermeden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vermeden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vermijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vermijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermeden | verleden tijd, deelwoord |
| vermeden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vermeden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vermeden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermeden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermeden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermeden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vermeden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vermeden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermeden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermeden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermeed | verleden tijd |
| vermijd | gebiedende wijs |
| vermijde | aanvoegende wijs |
| vermijdend | onvoltooid, deelwoord |
| waart vermeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vermeden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vermeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vermeden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vermeden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vermeden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vermeden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vermeden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vermeden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vermeden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vermeden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vermeden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vermeden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vermeden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vermeden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vermeden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vermeden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vermeden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vermeden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vermeden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal vermeden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vermeden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vermeden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermeden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vermeden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vermeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermeden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermeden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermeden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vermeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vermeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vermeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermeden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vermeden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vermeden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vermeden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vermeden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vermeden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vermeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vermeden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vermeden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vermeden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vermeden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vermijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vermeden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vermeden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vermeden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vermijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van mijden met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vermijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vermeden | voltooid deelwoord | vermijden |
| vermeed | verleden tijd | vermijden |
| vermijd | gebiedende wijs | vermijden |
| vermijde | aanvoegende wijs | vermijden |
| vermijdt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vermijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermijden zijn vastgelegd.