heiden
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈhɛidənBetekenis
- mensen die geen jood of christen zijn
- zigeuner
Hoe spreek je heiden uit?
/ˈhɛidən/
Heiden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heidenen | meervoud |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord hei
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| heidenen | meervoud |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van heien
Vervoeging van heiden
heidenhele werkwoord
Herkomst
van Middelnederlands heide, in de betekenis van ‘ongelovige’ aangetroffen vanaf 1200
Woordfamilie van heiden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| heidenen | meervoud | heiden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van heiden zijn vastgelegd.