glijden
werkwoord ˈɣlɛidə(n)Betekenis
- met geringe wrijving gericht voortschuiven
- op een glijbaan spelen
Hoe spreek je glijden uit?
/ˈxlɛidən/
Glijden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| l | land |
| ɛi | trein |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van glijden
glijdenhele werkwoord — gleedverleden tijd enkelvoud — gledenverleden tijd meervoud — gegledenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | glij | gleed |
| jij | glijdt | gleed |
| hij, zij, het | glijdt | gleed |
| wij | glijden | gleden |
| jullie | glijden | gleden |
| zij | glijden | gleden |
Alle 65 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| gegleden | verleden tijd, deelwoord |
| gegleden te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gegleden zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gleed | verleden tijd |
| glij | gebiedende wijs |
| glijd | gebiedende wijs |
| glijde | aanvoegende wijs |
| glijdend | onvoltooid, deelwoord |
| had gegleden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gegleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gegleden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gegleden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gegleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gegleden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gegleden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegleden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te glijden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben/zijn gegleden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen glijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gegleden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gegleden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gegleden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal glijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal glijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal glijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gegleden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gegleden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gegleden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gegleden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gegleden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou glijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou glijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou glijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gegleden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gegleden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gegleden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden glijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden glijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden glijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gegleden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt glijden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gegleden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gegleden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gegleden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen glijden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen glijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen glijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen glijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gegleden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult glijden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zich met weinig wrijving voortbewegen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van glijden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gegleden | voltooid deelwoord | glijden |
| gleden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | glijden |
| gleed | verleden tijd | glijden |
| gleedt | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | glijden |
| glij | gebiedende wijs | glijden |
| glijd | gebiedende wijs | glijden |
| glijde | aanvoegende wijs | glijden |
| glijdt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | glijden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van glijden zijn vastgelegd.