scapulier
zelfstandig naamwoord ˌskapyˈlirBetekenis
- een schouderkleed, door leden van de oudere religieuze orden op borst en rug over het habijt gedragen
Hoe spreek je scapulier uit?
/ˌskapyˈlir/
Scapulier bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| k | kat |
| a | maan |
| p | pak |
| y | fuut |
| l | land |
| i | riet |
| r | rood |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scapulieren | meervoud |
| scapuliers | meervoud |
| scapuliertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| scapuliertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘schouderkleed’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van scapulier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scapulieren | meervoud | scapulier |
| scapuliers | meervoud | scapulier |
| scapuliertje | verkleinwoord | scapulier |
| scapuliertjes | verkleinwoord meervoud | scapulier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van scapulier zijn vastgelegd.