rake
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- schrijfwijze voor: raak hark
- hijgen
- poken
- harken
- aangaan, betreffen
- scheren (met een scheermes)
- raakvis maken
- pook
- in de uitdrukking: rubb og rake (zonder verbuiging)
zelfstandig naamwoord
- schrijfwijze voor: raak "hark"
Woordvorm
- verbogen vorm van de stellende trap van raak
Woordvorm
- aanvoegende wijs van raken
Vervoeging van rake
rakehele werkwoord