aanpoten
werkwoord ˈampotə(n)Betekenis
- flink doorwerken
- nieuwe gewassen poten
Hoe spreek je aanpoten uit?
/ˈampotən/
Aanpoten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| p | pak |
| o | boot |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als aanpootten.
Vervoeging van aanpoten
aanpotenhele werkwoord — pootte aanverleden tijd enkelvoud — pootten aanverleden tijd meervoud — aangepootvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | poot aan | pootte aan |
| jij | poot aan | pootte aan |
| hij, zij, het | poot aan | pootte aan |
| wij | poten aan | pootten aan |
| jullie | poten aan | pootten aan |
| zij | poten aan | pootten aan |
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te poten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen poten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal poten | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou poten | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden poten | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt poten | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen poten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen poten | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult poten | bijzin, toekomende tijd |
| aangepoot | verleden tijd, deelwoord |
| aangepoot te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangepoot te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangepoot te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangepoot te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangepoot te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangepoot worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangepoot zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangepoot zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangepoot zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangepoot zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanpoot | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanpootte | bijzin, verleden tijd |
| aanpootten | bijzin, verleden tijd |
| aanpotend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangepoot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangepoot | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangepoot | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangepoot | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangepoot worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangepoot zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangepoot worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangepoot zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangepoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangepoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangepoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangepoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangepoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangepoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangepoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangepoot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| poot aan | gebiedende wijs |
| pootte aan | verleden tijd |
| te hebben aangepoot | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanpoten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangepoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangepoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangepoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangepoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangepoot | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangepoot | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangepoot | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangepoot | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangepoot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangepoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangepoot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangepoot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangepoot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanpoten | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangepoot | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangepoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangepoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangepoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangepoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangepoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangepoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanpoten | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanpoten aan zou(dt) poten | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangepoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangepoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangepoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangepoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangepoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangepoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanpoten | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangepoot hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangepoot zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanpoten | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangepoot hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangepoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangepoot hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangepoot zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangepoot zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangepoot zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanpoten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanpoten | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanpoten | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangepoot hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aangepoot worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en poten ww
Woordfamilie van aanpoten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangepoot | voltooid deelwoord | aanpoten |
| aangepote | woordvorm | aanpoten |
| aanpoot | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanpoten |
| aanpootte | subordinate-clause, verleden tijd | aanpoten |
| aanpootten | subordinate-clause, verleden tijd | aanpoten |
| aanpote | with-subordinate-clause | aanpoten |
| aanpotend | onvoltooid deelwoord | aanpoten |
| aanpotende | woordvorm | aanpoten |
| poot aan | gebiedende wijs | aanpoten |
| pootte aan | verleden tijd | aanpoten |
| pootten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanpoten |
| pote aan | woordvorm | aanpoten |
| poten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanpoten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanpoten zijn vastgelegd.