buikpotig
bijvoeglijk naamwoord bœykˈpotəxBetekenis
- tot de weekdieren behorend die aan de onderzijde van de buik een platte, gespierde schijf hebben, die als bewegingsorgaan dient
Hoe spreek je buikpotig uit?
/bœykˈpotəx/
Buikpotig bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| œy | huis |
| k | kat |
| p | pak |
| o | boot |
| t | tak |
| ə | de |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- met aan de onderzijde van de buik een platte, gespierde schijf om van plaats te veranderen of op een plaats te blijven (zoals bij slakken), behorend tot of betrekking hebbend op slakken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| buikpotige | verbogen, stellende trap |
| buikpotiger | onverbogen, vergrotende trap |
| buikpotigere | verbogen, vergrotende trap |
| buikpotigers | partitief, vergrotende trap |
| buikpotigs | partitief, stellende trap |
| buikpotigst | onverbogen, overtreffende trap |
| buikpotigste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
leenvertaling van Neolatijn gastropoda, afgeleid van buikpoot met het achtervoegsel -ig of samenstellend afgeleid uit buik zn poot zn met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van buikpotig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| buikpotiger | vergrotende trap | buikpotig |
| buikpotigere | verbogen vergrotende trap | buikpotig |
| buikpotigers | partitieve vergrotende trap | buikpotig |
| buikpotigs | partitive, positive | buikpotig |
| buikpotigst | uninflected, superlative | buikpotig |
| buikpotigste | inflected, superlative | buikpotig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van buikpotig zijn vastgelegd.