ojief
zelfstandig naamwoord /oˈjif/Betekenis
- rand als versiering met een doorsnee die half hol en half bol is
- versiering op geschut in de vorm van een band die half hol en half bol is
- minder oorspronkelijke vorm van ogief: kruisboog van een gewelf, spitsboog of kromme met een vergelijkbare gebogen vorm
- houtschaaf om randen te schaven die half hol en half bol zijn, met een mes dat daarom ook een scherpe rand in de vorm van een ojief heeft
Hoe spreek je ojief uit?
/oˈjif/
Ojief bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| j | ja |
| i | riet |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ojieven | meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ojieven | meervoud |
Herkomst
van Frans ogive
Woordfamilie van ojief
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ojieven | meervoud | ojief |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ojief zijn vastgelegd.