mok
zelfstandig naamwoord, werkwoord mɔkBetekenis
- afkorting voor moeilijk opvoedbaar kind
Hoe spreek je mok uit?
/mɔk/
Mok bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een (stenen) drinkbeker, meestal voorzien van een oor
- een verzamelnaam voor verschillende vormen van huidirritaties en -ontstekingen aan de onderbenen van een paard, voornamelijk in de kootholte
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| mokje | verkleinwoord, eerste persoon |
| mokjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| mokken | enkelvoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mokken
- gebiedende wijs van mokken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van mokken
Vervoeging van mok
mokhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘kroes’ voor het eerst aangetroffen in 1611
Woordfamilie van mok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| mokje | verkleinwoord, 1e persoon | mok |
| mokjes | verkleinwoord | mok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mok zijn vastgelegd.