alpenstok
zelfstandig naamwoord ˈɑlpə(n)ˌstɔkBetekenis
- houten staak met een metalen punt zoals die bij het beklimmen van bergen wordt gebruikt
Hoe spreek je alpenstok uit?
/ˈɑlpənˌstɔk/
Alpenstok bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| l | land |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| alpenstokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| alpenstokjes | verkleinwoord, meervoud |
| alpenstokken | meervoud |
Herkomst
leenvertaling van Duits Alpenstange, samenstelling van Alpen en "gebergte" en stok zn "wandelstok" , aangetroffen vanaf 1838 (zie vindplaats hieronder)
Woordfamilie van alpenstok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| alpenstokje | verkleinwoord | alpenstok |
| alpenstokjes | verkleinwoord meervoud | alpenstok |
| alpenstokken | meervoud | alpenstok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van alpenstok zijn vastgelegd.