stock
zelfstandig naamwoord stɔkBetekenis
- dat wat wordt bewaard om pas in de toekomst te gebruiken of te verkopen
- stapel speelkaarten
- telkens terugkerende regel in een refrein
- voorraad
- aandeel
- kolf (van geweer)
- voorraadig zijn
Hoe spreek je stock uit?
/stɔk/
Stock bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| k | kat |
Klinkt hetzelfde als stok.
zelfstandig naamwoord — masculine
- # verouderde spelling of vorm van stok tot 1805
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stockje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stockjes | verkleinwoord, meervoud |
| stocks | meervoud |
Herkomst
van Engels stock zn , in de betekenis van ‘voorraad, kapitaal’ aangetroffen vanaf 1824
Woordfamilie van stock
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stockje | verkleinwoord | stock |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stock zijn vastgelegd.