artisjok
zelfstandig naamwoord ɑrti'ʃɔkBetekenis
- een soort plant waarvan de vlezige schutbladeren van de gesloten bloemknop als groente worden gegeten
Hoe spreek je artisjok uit?
/ɑrtiˈʃɔk/
Artisjok bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| r | rood |
| t | tak |
| i | riet |
| ʃ | sjaal |
| ɔ | bot |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Cynara scolymus een soort plant waarvan de vlezige schutbladeren van de gesloten bloemknop als groente worden gegeten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| artisjokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| artisjokjes | verkleinwoord, meervoud |
| artisjokken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘plant’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1573
Woordfamilie van artisjok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| artisjokje | verkleinwoord | artisjok |
| artisjokjes | verkleinwoord meervoud | artisjok |
| artisjokken | meervoud | artisjok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van artisjok zijn vastgelegd.