tok
tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord, werkwoord tɔkBetekenis
- het geluid van een kakelende kip (meestal herhaald: toktoktok)
- het geluid van een doffe tik
- ondermaatse kabeljauw (meestal in meervoudsvorm)
- met goud of zilver doorweven zijde of fluweel
- stroom; beweging van een vloeistof, gas of andere soortgelijke objecten
- traject, gedeelte, loop; een gedeelde van een rivier of beek
- balts; het paargedrag van met name vogels
- proudění
- tokání
Hoe spreek je tok uit?
/tɔk/
Tok bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɔ | bot |
| k | kat |
Klinkt hetzelfde als toque.
tussenwerpsel
- het geluid van een kakelende kip
zelfstandig naamwoord — masculine
- ondermaatse kabeljauw obsolete
zelfstandig naamwoord — masculine
- een neushoornvogel die voorkomt in het Afrotropisch gebied
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tokken
- gebiedende wijs van tokken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tokken
Vervoeging van tok
tokhele werkwoord
Herkomst
klanknabootsing