mater
zelfstandig naamwoord ˈmatərBetekenis
- (rooms-katholiek) vrouw die aan het hoofd van een klooster staat
- vroeger wel gebruikt voor het opwekken van weeën en het tegengaan van kraamvrouwenkoorts
- schaakmat zetten
- overwinnen, bedwingen
- mat, dof maken,
- in de gaten houden
- moeder
- materie, materiaal
- moeder-overste; hoofd van een klooster voor nonnen
Hoe spreek je mater uit?
/ˈmatər/
Mater bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- vrouw die aan het hoofd van een klooster staat
- moederkruid Tanacetum parthenium, vroeger wel gebruikt voor het opwekken van weeën en het tegengaan van kraamvrouwenkoorts obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maters | meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands mater van Latijn mater
Woordfamilie van mater
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maters | meervoud | mater |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mater zijn vastgelegd.