juweel
zelfstandig naamwoord jyˈwelBetekenis
- sieraad van grote schoonheid en hoge waarde
Hoe spreek je juweel uit?
/jyˈwel/
Juweel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| y | fuut |
| w | quiz |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| juweeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| juweeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| juwelen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kostbaar sieraad’ voor het eerst aangetroffen in 1287
Woordfamilie van juweel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| juweeltjes | verkleinwoord meervoud | juweel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van juweel zijn vastgelegd.