erfdeel
zelfstandig naamwoord ˈɛrᵊvˌdelBetekenis
- dat deel van de erfenis dat aan één van de erfgenamen toekomt
Hoe spreek je erfdeel uit?
/ˈɛrəvˌdel/
Erfdeel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| v | vis |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- stuk van de erfenis zoals dat aan een bepaalde erfgenaam toekomt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| erfdeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| erfdeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| erfdelen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van erf ww en deel
Woordfamilie van erfdeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erfdeeltje | verkleinwoord | erfdeel |
| erfdeeltjes | verkleinwoord meervoud | erfdeel |
| erfdelen | meervoud | erfdeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erfdeel zijn vastgelegd.