kameel
zelfstandig naamwoord /kɑ'mel/Betekenis
- een hoefdier met twee bulten op de rug
Hoe spreek je kameel uit?
/kɑˈmel/
Kameel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| m | maan |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaald soort hoefdier met twee bulten op de rug, Camelus bactrianus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| cameel | |
| kameeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kameeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| kamelen | meervoud |
Herkomst
via Middelnederlands cameel van Latijn camelus, in de betekenis van ‘hoefdier’ aangetroffen vanaf 1240
Woordfamilie van kameel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| cameel | masculine | kameel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kameel zijn vastgelegd.