makreel
zelfstandig naamwoord maˈkrelBetekenis
- Scomber scomber, een vis, familie van de makreelachtigen zoals tonijn en boniet
Hoe spreek je makreel uit?
/maˈkrel/
Makreel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| k | kat |
| r | rood |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- bepaalde soort zeevis, Scomber scombrus, familie van de makreelachtigen zoals tonijn en boniet
- spierweefsel van een bepaalde zeevis, Scomber scombrus
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| makreeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| makreeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| makrelen | meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands makereel en Oudnederlands makerel van Oudfrans maquerel (Frans: maquereau) dat vermoedelijk weer teruggaat op een Oudnederlands woord *makelāri; in de betekenis van ‘beenvis’ aangetroffen vanaf 1163
Woordfamilie van makreel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| makreeltje | verkleinwoord | makreel |
| makreeltjes | verkleinwoord meervoud | makreel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van makreel zijn vastgelegd.