kaneel
zelfstandig naamwoord /kɑˈnel/Betekenis
- een specerij van de gedroogde binnenbast van de kaneelboom, gebruikt als smaakmaker in vele gerechten
Hoe spreek je kaneel uit?
/kɑˈnel/
Kaneel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
Van Middelnederlands canele; leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘specerij’ voor het eerst aangetroffen in 1276