keel
zelfstandig naamwoord, werkwoord /keːl/Betekenis
- voorste, uitwendige gedeelte van de hals
- lichaamsopening beginnend achter in de mondholte waardoor voedsel en drank het lichaam in komt
- rood
- kiel
- taal
Hoe spreek je keel uit?
/kel/
Keel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| e | veel |
| l | land |
zelfstandig naamwoord
- /: voorste, uitwendige gedeelte van de hals feminine, masculine
- /: lichaamsopening beginnend achter in de mondholte waardoor voedsel en drank het lichaam in komt feminine, masculine
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kelen
- gebiedende wijs van kelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kelen
Vervoeging van keel
keelhele werkwoord
Woordfamilie van keel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| keeltje | woordvorm | keel |
| keeltjes | meervoud | keel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van keel zijn vastgelegd.