zeel
zelfstandig naamwoord /zel/Betekenis
- sterke brede band waarmee men iets voorttrekt of vastbindt. Arch. (1811)
Hoe spreek je zeel uit?
/zel/
Zeel bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| l | land |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| zelen | meervoud |
Herkomst
>Middelnederlands zeel >Germaans *sailo-, een -l- afleiding van een proto-Indo-Europese wortel *si, *sai -«binden», vgl Lets: sinu, Oudgrieks :ἱμάς -«riem»
Woordfamilie van zeel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeeltje | verkleinwoord | zeel |
| zeeltjes | verkleinwoord meervoud | zeel |
| zelen | meervoud | zeel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeel zijn vastgelegd.