moreel
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord /moˈrel/Betekenis
- de geestesgesteldheid, geestelijke weerbaarheid, moed, werkkracht of strijdlust die iemand bezit
- wat het betreft
- wat de moraal, de zeden of de normen betreft
Hoe spreek je moreel uit?
/moˈrel/
Moreel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| o | boot |
| r | rood |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- wat het moreel betreft
Herkomst
In de betekenis van ‘zedelijk’ voor het eerst aangetroffen in 1889
Woordfamilie van moreel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| moreels | woordvorm | moreel |
| moreelst | woordvorm | moreel |
| moreelste | woordvorm | moreel |
| morele | woordvorm | moreel |
| moreler | woordvorm | moreel |
| morelere | woordvorm | moreel |
| morelers | woordvorm | moreel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van moreel zijn vastgelegd.