Naar de inhoud

happen

de mond open en dicht bewegen al dan niet gepaard gaande met bijten

happen is meer dan één woord

happen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. de mond open en dicht bewegen al dan niet gepaard gaande met bijten
  2. eten
  3. reageren op een pesterige opmerking
  4. afspelen
  5. gebeuren

Vervoeging van happen

happenhele werkwoord — hapteverleden tijd enkelvoud — haptenverleden tijd meervoud — gehaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik hap hapte
jij hapt hapte
hij, zij, het hapt hapte
wij happen hapten
jullie happen hapten
zij happen hapten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gehapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gehapt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gehapt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gehapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gehapt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gehapt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gehapt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gehapt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gehapt verleden tijd, deelwoord
gehapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gehapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gehapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gehapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gehapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gehapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gehapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gehapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gehapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hap gebiedende wijs
happe aanvoegende wijs
happend onvoltooid, deelwoord
hapte verleden tijd
heb gehapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gehapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gehapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gehapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gehapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gehapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te happen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gehapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen happen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gehapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gehapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gehapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal happen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal happen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal happen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou happen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou happen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou happen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden happen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden happen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden happen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gehapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt happen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gehapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gehapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gehapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen happen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen happen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen happen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen happen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gehapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult happen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord hap

Herkomst

In de betekenis van ‘bijten’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Woordfamilie van happen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gehapt voltooid deelwoord happen
gehapte woordvorm happen
happe aanvoegende wijs happen
happend onvoltooid deelwoord happen
happende woordvorm happen
hapt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon happen
hapte verleden tijd happen
hapten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon happen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van happen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over happen

Wat betekent happen?
Happen is een werkwoord. Het woord betekent: de mond open en dicht bewegen al dan niet gepaard gaande met bijten. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je happen?
Je vervoegt happen als volgt: de tegenwoordige tijd is hap, de verleden tijd is hapte en het voltooid deelwoord is gehapt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord happen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. H 4
  2. A 1
  3. P 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

happen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. H 4
  2. A 1
  3. P 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (H) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

happen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

happen in het kort

happen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van happen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort happen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

happen: de mond open en dicht bewegen al dan niet gepaard gaande met bijten
Deel happen — standaardnederlands.nl