hapschaar
zelfstandig naamwoord /ˈhɑp.sxaːr/Betekenis
- politieagent, smeris, juut
Hoe spreek je hapschaar uit?
/ˈhɑpsxar/
Hapschaar bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| s | sok |
| x | acht |
| a | maan |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hapschaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hapschaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| hapscharen | meervoud |
Herkomst
Ontleend aan het Franse happe-chair "agent die dieven aanhoudt" (een samenstelling van happer "vastpakken" en chair "vlees").
Woordfamilie van hapschaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hapschaartje | verkleinwoord | hapschaar |
| hapschaartjes | verkleinwoord meervoud | hapschaar |
| hapscharen | meervoud | hapschaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hapschaar zijn vastgelegd.