handelspapier
zelfstandig naamwoord ˈhɑndəlspɑˌpirBetekenis
- waardepapier dat recht geeft op een bepaalde hoeveelheid goederen en voor verhandeling vatbaar is, zoals ceel, cheque, orderbriefje, wissel(brief) en cognossement.
Hoe spreek je handelspapier uit?
/ˈhɑndəlspɑˌpir/
Handelspapier bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| s | sok |
| p | pak |
| i | riet |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| handelspapieren | meervoud |
| handelspapiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| handelspapiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van handel en papier met het invoegsel -s- ; leenvertaling uit Duits Handelspapier.
Woordfamilie van handelspapier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handelspapieren | meervoud | handelspapier |
| handelspapiertje | verkleinwoord | handelspapier |
| handelspapiertjes | verkleinwoord meervoud | handelspapier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handelspapier zijn vastgelegd.