opdrachtgever
zelfstandig naamwoord ˈɔbdrɑ(xt)ˌxevərBetekenis
- iemand die opdrachten geeft
Hoe spreek je opdrachtgever uit?
/ˈɔbdrɑxtˌxevər/
Opdrachtgever bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| b | bak |
| d | dak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die opdrachten geeft; iemand die een bestelling doet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| opdrachtgevers | meervoud |
| opdrachtgevertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| opdrachtgevertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van opdracht en de stam van geven met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van opdrachtgever
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| opdrachtgevers | meervoud | opdrachtgever |
| opdrachtgevertje | verkleinwoord | opdrachtgever |
| opdrachtgevertjes | verkleinwoord meervoud | opdrachtgever |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van opdrachtgever zijn vastgelegd.