gang
zelfstandig naamwoord ɣɑŋBetekenis
- lange, smalle doorloopruimte in een gebouw of ondergronds
- dan wel een kanaal/buis in een lichaam
- onderdeel van een maaltijd
- beweging, snelheid (ook )
- voortbewegingswijze van paarden
- het gaande zijn
- (afgelegde) weg
- vulling van een spleet in een gesteente
- jaargang
- bende
- gang (manier van gaan)
- gang, werking (begin van de gebeurtenissen)
- gang, loop (verloop van de gebeurtenissen)
- gang, stap (manier van gaan)
- bende; een georganiseerde groep misdadigers
Hoe spreek je gang uit?
/xɑŋ/
Gang bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een kanaal/buis in een lichaam
- weg
- Bende, komt van het Engels.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gangen | meervoud |
| gangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gangetjes | verkleinwoord, meervoud |
| gangs | enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘loop, wijze van gaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1100
Woordfamilie van gang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gangen | meervoud | gang |
| gangetje | verkleinwoord | gang |
| gangetjes | verkleinwoord meervoud | gang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gang zijn vastgelegd.