overgang
zelfstandig naamwoord ˈovərˌɣɑŋBetekenis
- het overgaan of veranderen in
- het van een toestand in een andere overgaan
- de plaats waar men iets kan passeren zoals een spoorwegovergang
Hoe spreek je overgang uit?
/ˈovərˌxɑŋ/
Overgang bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — masculine
- de tijdsperiode waarin een vrouw stopt men menstrueren
- het voorlang passeren van een planeet voor een ster langs
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overgangen | meervoud |
| overgangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overgangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van over en gang
Woordfamilie van overgang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgangen | meervoud | overgang |
| overgangetje | verkleinwoord | overgang |
| overgangetjes | verkleinwoord meervoud | overgang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overgang zijn vastgelegd.