waterslang
zelfstandig naamwoord ˈwatərˌslɑŋBetekenis
- sterrenbeeld aan de noordelijke en aan de zuidelijke hemel.
- die vooral in zoet en brak water leven
- slang (van rubber, plastic enz.) waardoor men water kan laten stromen
Hoe spreek je waterslang uit?
/ˈwatərˌslɑŋ/
Waterslang bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- slangen uit het Aziatische geslacht Acrochordidae die vooral in zoet en brak water leven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waterslangen | meervoud |
| waterslangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waterslangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van water zn en slang zn
Woordfamilie van waterslang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waterslangetje | verkleinwoord | waterslang |
| waterslangetjes | verkleinwoord meervoud | waterslang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waterslang zijn vastgelegd.