vang
zelfstandig naamwoord, werkwoord /vɑŋ/Betekenis
- poten en klauwen van roofvogels
- werktuig waarmee men iets vangt
- een remconstructie in een windmolen
Hoe spreek je vang uit?
/vɑŋ/
Vang bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vangen | meervoud |
| vangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vangen
- gebiedende wijs van vangen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vangen
Vervoeging van vang
vanghele werkwoord
Woordfamilie van vang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vangetje | verkleinwoord | vang |
| vangetjes | verkleinwoord meervoud | vang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vang zijn vastgelegd.