hang
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ɦɑŋ/Betekenis
- de neiging tot iets
- hangen
Hoe spreek je hang uit?
/hɑŋ/
Hang bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
zelfstandig naamwoord — masculine
- rond, metalen slaginstrument dat met de handen bespeeld wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hangen | meervoud |
| hangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| hangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hangen
- gebiedende wijs van hangen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hangen
Vervoeging van hang
hanghele werkwoord
Herkomst
Naamwoord van handeling van hangen.
Woordfamilie van hang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hangetje | verkleinwoord | hang |
| hangetjes | verkleinwoord meervoud | hang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hang zijn vastgelegd.