gangdeur
zelfstandig naamwoord ˈɣɑŋdørBetekenis
- een deur tussen een kamer en de gang in een huis
- een deur die de gang in delen onderverdeelt
Hoe spreek je gangdeur uit?
/ˈxɑŋdør/
Gangdeur bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| d | dak |
| ø | deur |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gangdeuren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van gang zn en deur zn
Woordfamilie van gangdeur
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gangdeuren | meervoud | gangdeur |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gangdeur zijn vastgelegd.