belang
zelfstandig naamwoord, werkwoord bəˈlɑŋBetekenis
- iets wat belangrijk is voor een persoon, iets wat iemand veel voordeel (of nadeel) kan opleveren
- een drukte van belang: erg druk
Hoe spreek je belang uit?
/bəˈlɑŋ/
Belang bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| belangen | meervoud |
| belangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| belangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van belangen
- gebiedende wijs van belangen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van belangen
Vervoeging van belang
belanghele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘voordeel, belangstelling’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265
Woordfamilie van belang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| belangetje | verkleinwoord | belang |
| belangetjes | verkleinwoord meervoud | belang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van belang zijn vastgelegd.