stang
zelfstandig naamwoord, werkwoord /stɑŋ/Betekenis
- meestal metalen voorwerp in de vorm van een lange stijve cilinder
Hoe spreek je stang uit?
/stɑŋ/
Stang bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| stangen | meervoud |
| stangetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| stangetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stangen
- gebiedende wijs van stangen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stangen
Vervoeging van stang
stanghele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘spijl’ voor het eerst aangetroffen in 1494
Woordfamilie van stang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| stangetje | verkleinwoord | stang |
| stangetjes | verkleinwoord meervoud | stang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van stang zijn vastgelegd.