zang
zelfstandig naamwoord zɑŋBetekenis
- de kunst van het zingen
- zangstuk
- hol, grot
Hoe spreek je zang uit?
/zɑŋ/
Zang bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
zelfstandig naamwoord — masculine
- onderdeel van een langer dichtstuk
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zangen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘het zingen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van zang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zangen | meervoud | zang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zang zijn vastgelegd.