lang
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord, werkwoord lɑŋBetekenis
- van grote duur, langdurig
- van grote lengte
- de genoemde tijd durend
- de genoemde lengte hebbend
- absoluut, volstrekt
- grote duur
- lang
Hoe spreek je lang uit?
/lɑŋ/
Lang bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lange | verbogen, stellende trap |
| langer | onverbogen, vergrotende trap |
| langere | verbogen, vergrotende trap |
| langers | partitief, vergrotende trap |
| langs | partitief, stellende trap |
| langst | onverbogen, overtreffende trap |
| langste | verbogen, overtreffende trap |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langen
- gebiedende wijs van langen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van langen
Vervoeging van lang
langhele werkwoord
Herkomst
erfwoord, in de betekenis van ‘met een grote lengte’ voor het eerst aangetroffen in 788
Woordfamilie van lang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| langer | vergrotende trap | lang |
| langere | verbogen vergrotende trap | lang |
| langers | partitieve vergrotende trap | lang |
| langst | uninflected, superlative | lang |
| langste | inflected, superlative | lang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lang zijn vastgelegd.