kerkgezang
zelfstandig naamwoord ˈkɛrᵊkxəˌzɑŋBetekenis
- het zingen in een kerk van meestal religieuze liederen
- een lied bedoeld voor gebruik bij 1
Hoe spreek je kerkgezang uit?
/ˈkɛrəkxəˌzɑŋ/
Kerkgezang bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| ə | de |
| x | acht |
| z | zon |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een lied bedoeld voor gebruik bij [1]
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerkgezangen | enkelvoud |
Herkomst
samenstelling van kerk zn en gezang zn (naamwoord van handeling bij zingen)
Woordfamilie van kerkgezang
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerkgezangen | enkelvoud | kerkgezang |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerkgezang zijn vastgelegd.