erfdienstbaarheid
zelfstandig naamwoord 'ɛrvdinstbarhɛɪtBetekenis
- een last, waarmede een onroerende zaak - het dienend of lijdend erf - ten behoeve van een andere onroerende zaak - het heersend erf - is bezwaard
Hoe spreek je erfdienstbaarheid uit?
/ˈɛrvdinstbarhɛit/
Erfdienstbaarheid bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| r | rood |
| v | vis |
| d | dak |
| i | riet |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| b | bak |
| a | maan |
| h | hoed |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- een last waarmee een onroerend goed, het dienend of lijdend erf, ten behoeve van een ander onroerend goed, het heersend erf, is bezwaard
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| erfdienstbaarheden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van erf zn en dienstbaarheid zn
Woordfamilie van erfdienstbaarheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| erfdienstbaarheden | meervoud | erfdienstbaarheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van erfdienstbaarheid zijn vastgelegd.