enzym
zelfstandig naamwoord /ɛnˈzim/Betekenis
- een organisch molecuul dat biologische reacties mogelijk maakt of versnelt zonder daarbij zelf verbruikt te worden of van samenstelling te veranderen
Hoe spreek je enzym uit?
/ɛnˈzim/
Enzym bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| n | nek |
| z | zon |
| i | riet |
| m | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| enzymen | meervoud |
| enzympje | verkleinwoord, enkelvoud |
| enzympjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘ferment’ voor het eerst aangetroffen in 1895
Woordfamilie van enzym
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| enzymen | meervoud | enzym |
| enzympje | verkleinwoord | enzym |
| enzympjes | verkleinwoord meervoud | enzym |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van enzym zijn vastgelegd.