dekken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdɛkənBetekenis
- voorzien van een dak
- de tafel ~ alles op tafel leggen en zetten voor het houden van een maaltijd
- een verzekering voor een eventualiteit afgesloten hebben
- ondersteuning voor iets verlenen
- een bronstig vrouwtje (bijv. merrie, koe, ooi) bevruchten (door het mannetje)
- deksel; een voorwerp om een hol open lichaam mee af te dekken
Hoe spreek je dekken uit?
/ˈdɛkən/
Dekken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dekken
dekkenhele werkwoord — dekteverleden tijd enkelvoud — dektenverleden tijd meervoud — gedektvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dek | dekte |
| jij | dekt | dekte |
| hij, zij, het | dekt | dekte |
| wij | dekken | dekten |
| jullie | dekken | dekten |
| zij | dekken | dekten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| dek | gebiedende wijs |
| dekke | aanvoegende wijs |
| dekkend | onvoltooid, deelwoord |
| dekte | verleden tijd |
| er is gedekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedekt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedekt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedekt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedekt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedekt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedekt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedekt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedekt | verleden tijd, deelwoord |
| gedekt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedekt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedekt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedekt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedekt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedekt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedekt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedekt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dekken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedekt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dekken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedekt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dekken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedekt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedekt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dekken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedekt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dek
Herkomst
In de betekenis van ‘bedekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901
Woordfamilie van dekken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dekke | aanvoegende wijs | dekken |
| dekkend | onvoltooid deelwoord | dekken |
| dekkende | woordvorm | dekken |
| dekt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dekken |
| dekte | verleden tijd | dekken |
| dekten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dekken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dekken zijn vastgelegd.