Naar de inhoud

dekken

voorzien van een dak

dekken is meer dan één woord

dekken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdɛkən

Betekenis

  1. voorzien van een dak
  2. de tafel ~ alles op tafel leggen en zetten voor het houden van een maaltijd
  3. een verzekering voor een eventualiteit afgesloten hebben
  4. ondersteuning voor iets verlenen
  5. een bronstig vrouwtje (bijv. merrie, koe, ooi) bevruchten (door het mannetje)
  6. deksel; een voorwerp om een hol open lichaam mee af te dekken

Hoe spreek je dekken uit?

/ˈdɛkən/

Dekken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈdɛkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
d dak
ɛ bed
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van dekken

dekkenhele werkwoord — dekteverleden tijd enkelvoud — dektenverleden tijd meervoud — gedektvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dek dekte
jij dekt dekte
hij, zij, het dekt dekte
wij dekken dekten
jullie dekken dekten
zij dekken dekten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
dek gebiedende wijs
dekke aanvoegende wijs
dekkend onvoltooid, deelwoord
dekte verleden tijd
er is gedekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedekt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedekt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedekt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedekt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedekt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedekt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedekt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedekt verleden tijd, deelwoord
gedekt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedekt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedekt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedekt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedekt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedekt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedekt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedekt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te dekken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedekt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen dekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal dekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal dekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal dekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou dekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou dekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou dekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden dekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden dekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden dekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt dekken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedekt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen dekken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen dekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen dekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen dekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedekt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedekt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult dekken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedekt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord dek

Herkomst

In de betekenis van ‘bedekken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901

Woordfamilie van dekken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
dekke aanvoegende wijs dekken
dekkend onvoltooid deelwoord dekken
dekkende woordvorm dekken
dekt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon dekken
dekte verleden tijd dekken
dekten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon dekken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dekken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over dekken

Hoe spreek ik dekken uit?
Zo spreek je dekken uit: /ˈdɛkən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van dekken?
Dekken is een werkwoord. De betekenis is: voorzien van een dak. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik dekken?
Zo vervoeg je dekken zo: de tegenwoordige tijd is dek, de verleden tijd is dekte en het voltooid deelwoord is gedekt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op dekken?

In dit woordenboek rijmen 35 woorden op -ekken op dekken, zoals bekken, ontdekken en wekken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op dekken, uitspraak ˈdɛkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
bekken 2
ontdekken 3
wekken 2
lijken 2
trekken 2
vertrekken 3
onttrekken 3
voltrekken 3
checken 2
nekken 2
rekken 2
strekken 2
samentrekken 4
verwekken 3
uitrekken 3
overtrekken 4
wecken 2
worteltrekken 4
palingtrekken 4
ganstrekken 3
kwekken 2
overdekken 4
verdekken 3
oprekken 3
accommodatiedekken 7
giraffennekken 5
huttendekken 4
jongensgekken 4
meisjesgekken 4
paardendekken 4
papegaaienbekken 6
pennentrekken 4
plekken 2
privégesprekken 5
vluchtelingenhekken 6

Scrabble punten

Naar spel

Het woord dekken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. E 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

dekken levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. E 1
  3. K 3
  4. K 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

dekken telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

dekken in het kort

dekken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van dekken staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort dekken bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

dekken: voorzien van een dak
Deel dekken — standaardnederlands.nl